Honduras: Geschiedenis
From Handelswijzer Midden-Amerika
Honduras vormde de zuidoostelijke punt van het Indiaanse Maya-rijk, dat zich via Guatemala tot de stad Copán in West-Honduras naar het zuiden uitstrekte. Deze grootse Indiaanse Maya-beschaving was in 1502, toen Christoffel Columbus op Hondurees grondgebied voet aan wal zette, reeds verdwenen. Nadat het verzet van de Lenca indianen was gebroken, koloniseerden de Spanjaarden Honduras. Het omgekomen Lenca-hoofd, Lempira, leeft echter nog altijd voort als volksheld. De nationale munt is naar hem vernoemd. In 1821 bereikte Honduras, gelijk met de rest van Midden-Amerika, de onafhankelijkheid van Spanje, waarna Honduras zich aansloot bij de Midden-Amerikaanse federatie. Ten gevolge van een boerenopstand in 1839 brak deze federatie echter al snel uiteen in vier afzonderlijke staten, waaronder Honduras. Tot in de jaren zeventig van de negentiende eeuw volgden burgeroorlogen en onrust elkaar op. In 1876 werd ten slotte, met de hulp van de andere Midden-Amerikaanse Staten, de liberale Marco Aurelio Soto tot president benoemd. Vanaf eind 19e eeuw werden de eerste ‘bananenconcessies’ afgegeven, veelal aan bedrijven uit de Verenigde Staten, waarna een periode van relatieve politieke en economische stabiliteit volgde.
Aan deze periode kwam een einde in de jaren dertig van de twintigste eeuw. De periode 1932-1980 werd gekenmerkt door militaire coups en dictatoriaal bestuur. De politieke strijd werd voornamelijk tussen twee partijen gestreden, de Partido Nacional (PN) en de Partido Liberal (PL). De door het leger gesteunde PN (Tiburcio Carias Andino, van 1933-1949, Juan Manuel Galvez, van 1949 tot 1957) en het leger zelf (Generaal Oswaldo López Arellano, van 1965-1975), leverden in deze periode de opeenvolgende presidenten. Sinds 1980 heeft Honduras weer een burgerregering. In het begin van de jaren tachtig had het leger echter nog veel politieke invloed en politieke tegenstanders werden op grote schaal onderdrukt. De President had een meer ceremoniële taak. Daarnaast had de democratie het zwaar te verduren door o.m. de economische crisis en de door de VS gefinancierde Contra-oorlog in Nicaragua (de aanvallen op Nicaragua vonden plaats vanuit Honduras). Eind jaren tachtig nam de macht van het leger langzaam af, onder meer onder internationale druk van onderzoeken naar mensenrechtenschendingen en corruptie. Hierdoor nam de politieke macht van de President toe. Het leger valt nu volledig onder de politieke macht van de President.









