Costa Rica: Sociaal beleid

From Handelswijzer Midden-Amerika van de Koninklijke Nederlandse Ambassade te Costa Rica

Jump to: navigation, search

Costa Rica kent in vergelijking met de buurlanden een behoorlijke sociale wetgeving, een goed onderwijssysteem (in de grondwet van 1869 werd al vastgelegd dat onderwijs gratis en verplicht moest zijn) en een relatief goede gezondheidszorg. Gezondheidszorg en onderwijs zijn voor bijna iedereen toegankelijk. Door investeringen in het onderwijs komt analfabetisme weinig voor. De levensverwachting ligt met 76,8 jaar vrij hoog en de kindersterfte is met 10 per 1000 laag. 95% van de bevolking heeft verder toegang tot schoon water.

Costa Rica heeft een officieel inwonertal van 4.16 miljoen , waarvan zeker anderhalf miljoen in de Gran Metropolitan Area in en om San José woont. De bevolkingsdichtheid bedraagt 78.9 per km². Hiermee is het weliswaar na El Salvador het dichtst bevolkte land van Midden-Amerika, maar in vergelijking met Nederland dat circa 350 mensen per km² kent, is het niet dicht bevolkt. Van de bevolking is 65.5% tussen de 15 en 64 jaar waarmee Costa Rica een beroepsbevolking kent van ruim 2.5 miljoen. De jaarlijkse bevolkingsgroei bedraagt bijna 1.5%. De bevolking is grotendeels van Europese (mediterrane) afkomst. Van een invloedrijke autochtone cultuur, zoals in sommige andere Midden-Amerikaanse landen, is in Costa Rica geen sprake.

Onderwijs

Opvallend is de grote homogeniteit, op sociaal en cultureel gebied, van de bevolking. In de meeste Latijns-Amerikaanse landen bestaan scherpe tegenstellingen tussen verschillende bevolkingsgroepen als indianen en mestiezen. In Costa Rica bestaat 95% van de bevolking uit blanken of cultureel geïntegreerde mestiezen. De ideeën van deze groep zijn opvallend uniform. Hierin speelt het onderwijssysteem een belangrijke rol. Circa 20% van het overheidsbudget wordt aan onderwijs uitgegeven. Onderwijs is een taak die door de regering serieus is genomen en voor het hele land, inclusief de meest afgelegen gebieden, bestaat hetzelfde systeem van onderwijsmethoden en onderwijsstof. Dit heeft onder andere geresulteerd in een opvallend laag analfabetisme percentage en een hoge gemiddelde opleiding van de beroepsbevolking, wat mede het resultaat is van de wettelijke leerplicht tot het 3e jaar van de middelbare school. Bovendien is het openbaar onderwijs gratis tot en met het afronden van het laatste (vijfde) jaar van de middelbare school. De universiteiten vallen uiteen in publieke en private universiteiten.

Het relatief hoge scholingsniveau van de lokale bevolking, heeft Costa Rica de afgelopen jaren de mogelijkheid geboden investeringen van bedrijven met hoogwaardige technologie, zoals INTEL en Abott Laboratories, aan te trekken.

Vakbonden

Onder de Costaricaanse grondwet is het recht voor werknemers om zich vrijelijk te organiseren, met het expliciete doel zich economische, sociale of professionele voordelen te verschaffen, gegarandeerd. Ook het stakingsrecht en collectieve arbeidsovereenkomsten worden als zodanig door de grondwet erkend. Daarnaast heeft Costa Rica inmiddels meerdere internationale overeenkomsten ondertekend die expliciet zijn opgesteld om deze rechten te beschermen. Opvallend is het verschil tussen de juridische theorie en de dagelijkse praktijk. In haar jaarlijkse onderzoek naar overtredingen van rechten van vakbonden wijst de ICFTU (International Confederation of Free Trade Unions) Costa Rica aan als een van de landen in de regio, die het meest anti-vakbond gericht is.

Formeel zijn stakingen in de private sector toegestaan mits er aan zeer stringente voorwaarden wordt voldaan. Minstens 60% van de werknemers bij een bedrijf moet de staking ondersteunen en de vakbond moet een lijst met namen van stakers opstellen om dit te bewijzen; een lijst die zou kunnen worden gebruikt om “moeilijke” personen te identificeren. Bovendien moeten er lange juridische procedures worden gevolgd. Gedurende de laatste 50 jaar hebben Costaricaanse gerechtshoven dan ook slechts 2 stakingen als legitiem aangemerkt. In de private sector komen collectieve onderhandelingen vrijwel niet voor. In de publieke sector komen ze wel voor. De laatste jaren is het recht op collectieve onderhandelingen echter verzwakt door de uitvoerende, wetgevende en juridische macht.

De bananenindustrie staat bekend als een sector waarin de meeste schendingen van vakbondsrechten voorkomen. De afgelopen jaren kwamen bijna alle klachten met betrekking tot vakbondsdiscriminatie uit deze sector. Dalende marktprijzen worden vaak als excuus gebruikt om aangesloten werknemers te ontslaan.

Een ander probleem voor de vakbonden is de opkomst van zogenaamde Asociaciones Solidaristas. Deze zijn opgericht in de jaren veertig om het succes van de traditionele vakbonden in te perken. Aangesloten werknemers krijgen bepaalde voordelen, maar alleen wanneer zij beloven niet te staken of conflicten aan te gaan. Deze instituten gaan uit van een harmonie in plaats van een conflictmodel in de relatie werkgever – werknemer. In de praktijk worden zij veel gebruikt om de macht en de uniformiteit van de vakbonden te breken. Eind 2001 heeft de ILO een onderzoek gedaan naar de vrijheid van vereniging in Costa Rica. Uit het rapport van de ILO commissie bleek dat de bescherming van arbeidswetgeving op het gebied van vrijheid van vereniging en de mogelijkheid tot collectieve onderhandelingen zowel in de publieke als in de private sector tekort schiet.